Menopur

Menopur, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie 75 IE

-De werkzame stof is menotrofine, ook wel aangeduid als "HMG" (= humaan menopauzaal gonadotrofine).
Elke injectieflacon bevat een hoeveelheid menotrofine die overeenkomt met 75 IE FSH en 75 IE LH.
-De andere bestanddelen zijn melksuiker dat als dragermateriaal fungeert, polysorbaat 20, natriumhydroxide en verdund zoutzuur (poeder).
De ampul met vloeistof is bedoeld om het poeder met de werkzame stof in op te lossen.
De vloeistof is een steriele zoutoplossing geschikt voor injectie.

Registratiehouder:
Ferring B.V., Hoofddorp
Postbus 184
2130 AD Hoofddorp
Tel. 023-5680300

Fabrikant:
Ferring GmbH, Kiel
Wittland 11
24109 Kiel
Duitsland

Menopur is in het register ingeschreven onder RVG 24536.

1. WAT IS MENOPUR EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT?
Menotrofine is een hormoon dat gewonnen wordt uit de urine van vrouwen in de menopauze.
Wat betreft samenstelling en werking is het nagenoeg gelijk aan twee hormonen die in de hersenen worden gemaakt, FSH en LH genoemd.
De hormonen werken op de geslachtsklieren van vrouwen (eierstokken) en mannen (testes ofwel teelballen).
Bij vrouwen wordt de rijping van eicellen bevorderd alsmede de aanmaak van vrouwelijke geslachtshormonen.
Bij mannen wordt de rijping van zaadcellen, alsmede de aanmaak van mannelijke geslachtshormonen bevorderd.

Bij vrouwen wordt Menopur gebruikt om de rijping van eicellen te bevorderen in geval van verminderde vruchtbaarheid.

Bij mannen wordt Menopur gebruikt om de rijping van zaadcellen te bevorderen in geval van verminderde vruchtbaarheid.

Menopur wordt geleverd in injectieflacons als poeder voor oplossing voor injectie, tezamen met ampullen met de oplosvloeistof.
Menopur wordt geleverd in verpakkingen van 5 injectieflacons gevriesdroogd poeder (2 ml) samen met 5 ampullen oplosmiddel (1 ml), alsmede 5 Omnifix 2 ml luerinjectiespuiten, 5 Sterican injectienaalden 0,4 x 20 mm, 5 Sterican opzuignaalden 1,1 x 40 mm en 5 alcoholdoekjes.
De verschillende onderdelen van de verpakking zijn bedoeld voor eenmalig gebruik.

2. WAT U MOET WETEN VOORDAT U MENOPUR GEBRUIKT
Neem Menopur niet in:

Bij vrouwen dient Menopur niet te worden gebruikt bij zwangerschap, tijdens de periode van borstvoeding, bij echografisch vastgestelde afwijkingen aan de eierstokken, bij gynaecologisch bloedverlies met onbekende oorzaak, bij tumoren van de baarmoeder, eierstokken of borsten, bij tumoren van bepaalde hersenklieren (hypofyse of hypothalamus).

Bij mannen dient Menopur niet te worden toegepast in geval van prostaatkanker of bij tumoren van de testikels.

Pas goed op met Menopur:

Vóór behandeling wordt door een lichamelijk onderzoek uit te voeren nagegaan of er eventueel andere oorzaken zijn van de klachten.
Zo wordt o.a. onderzoek gedaan naar:

- anatomische afwijkingen van de geslachtsorganen
- verminderd functioneren van de geslachtsorganen welke niet met menotrofine behandelbaar is
- het functioneren van andere klieren (bijvoorbeeld schildklier- en bijnierschorsfunctie)
- het bestaan van suikerziekte
- de hoeveelheid van het hormoon "prolactine" in het bloed

De behandelend arts zal regelmatig de effecten van Menopur controleren door middel van echografie van de onderbuik en door de hoeveelheid geslachtshormonen in het bloed te laten bepalen.

Zwangerschap
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel gebruikt.
Menopur dient niet te worden toegediend tijdens zwangerschap.

Borstvoeding
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel gebruikt.
Menopur dient niet te worden toegediend tijdens de periode waarin borstvoeding gegeven wordt.

Rijvaardigheid en bediening van machines
Menopur heeft voor zover bekend geen invloed op de rijvaardigheid of op het vermogen om machines te bedienen.

Gebruik van Menopur samen met andere geneesmiddelen
Gelijktijdig gebruik met clomifeen-bevattende geneesmiddelen kan het effect op de eierstokken versterken.

3. HOE WORDT MENOPUR GEBRUIKT?
Dosering en wijze van gebruik

Bij vrouwen wordt de benodigde dosis individueel vastgesteld, al naar gelang hoe het lichaam reageert.
Meestal wordt begonnen met één of twee injectieflacons Menopur per dag.
De voorgeschreven dosis wordt niet over de dag verspreid, maar in één gift toegediend.
Menopur wordt, na oplossen van het poeder in het bijgeleverde oplosmiddel, in de bilspier of in de spier van het bovenbeen ingespoten.
Ook is onderhuidse toediening in het bovenbeen of in de buik mogelijk.
Wanneer de eicel voldoende gerijpt is wordt met een ander geneesmiddel de eisprong opgewekt.

Bij mannen wordt eerst een voorbehandeling met een ander geneesmiddel gegeven gedurende een aantal weken.
De behandeling wordt daarna in combinatie met Menopur voortgezet.
Een dosis van één à twee injectieflacons Menopur wordt drie keer per week gegeven.
De voorgeschreven dosis wordt niet over de dag verspreid, maar in één keer ingespoten.
Het poeder dient opgelost te worden met behulp van het bijgeleverde oplosmiddel.
De vloeistof wordt in de bilspier of in de spier van het bovenbeen ingespoten.
Ook is onderhuidse toediening in het bovenbeen, de bovenarm of in de buik mogelijk.

Prikinstructie:
Voorbereiding: benodigd materiaal
injectievloeistof (benodigd aantal injectieflacons poeder en 1 ampul met oplosvloeistof)
een 2 ml spuit
2 naalden (1 witte opzuignaald en 1 priknaald van ca. 4 cm - niet meegeleverd, of 1 priknaaldje van 2 cm in verpakking aanwezig)
een alcoholdoekje
een gaasje of watje (niet in verpakking aanwezig)
Voorbereiding: oplossen van het poeder

Het klaarmaken van de spuit:
Tik de vloeistof uit de hals van de ampul.
Houd achter de hals van de ampul een gaasje voor eventuele scherven.
Verwijder de aluminiumlipjes van het voorgeschreven aantal injectieflacons met poeder.
Breek één ampul Oplosmiddel open op het breekstreepje.
Haal de 2 ml spuit uit de verpakking en zet de witte opzuignaald erop.
Zuig de vloeistof uit de ampul Oplosmiddel in de spuit.
Verdeel de oplosvloeistof over de benodigde hoeveelheid injectieflacons met poeder. Prik daartoe loodrecht door de rubber stop.
U zult zien dat alle poeder nu direct oplost.
Zuig nu alle vloeistof weer op in de spuit.
Zet nu de andere naald op de spuit (een priknaald voor injecties in de spier of het meegeleverde dunnere priknaaldje voor injecties onderhuids).
Controleer of er geen luchtbellen inzitten; verwijder deze zonodig door tegen de spuit aan te tikken.
Ontlucht de naald totdat er een druppel aan de naald verschijnt.

Het geven van de injectie onderhuids
Trek met duim en wijsvinger een geschikte huidplooi van de buik (naast de navel) of van het bovenbeen of van de bovenarm omhoog.
Steek het dunne naaldje in zijn geheel in deze plooi.
Spuit de vloeistof in.
Haal het naaldje er in een beweging uit.

Tips:
Niet altijd op dezelfde plek spuiten; wissel zoveel mogelijk af.
Maak de spuit klaar vlak voordat u gaat prikken, dus niet in "voorraad" maken.
Verzamel gebruikte naalden en ampullen in een bakje, dus niet los weggooien.
Na de behandeling kunt u dit bakje inleveren bij de apotheek.

Duur van de behandeling:
Bij de vrouw wordt behandeld totdat een eicel voldoende gerijpt is.
De behandeling kan meerdere malen herhaald worden.

Bij de man wordt, nadat voorbehandeling met een ander geneesmiddel heeft plaatsgevonden, gedurende enkele maanden met Menopur behandeld.

Wat u moet doen als u meer Menopur heeft gebruikt dan u zou mogen:
In geval van overdosering bij vrouwen kunnen onder andere de volgende klachten ontstaan: pijn in de onderbuik, vochtophoping in de buik, vergroting van en in de onderbuik, misselijkheid, braken.
Overdosering kan ook leiden tot vaatafsluiting.
Afhankelijk van de plaats (bijvoorbeeld been, longen, hersenen of oog) waar dit optreedt geeft dit verschijnselen van trombosebeen, plotselinge benauwdheid, plotse verlammingsverschijnselen of gezichtsveldvermindering.
Wanneer dergelijke klachten optreden dient men direct contact op te nemen met een arts.
Informeer hem/haar dat u Menopur gebruikt en/of neem de (lege) verpakking mee.

Wat u moet doen wanneer u bent vergeten Menopur te gebruiken:
Neem contact op met uw behandelend arts.

4. MOGELIJKE BIJWERKINGEN
Zoals alle geneesmiddelen kan Menopur bijwerkingen veroorzaken.
Bij vrouwen is de kans op meerlingzwangerschappen en abortus vergroot door therapie met Menopur.
Tijdens de behandeling treedt wel eens misselijkheid, braken of koorts op.
Op de injectieplaats kunnen lokale reacties ontstaan, zoals bijvoorbeeld roodheid, pijn, jeuk of zwelling.
Zie ook de rubriek ‘Wat u moet doen als u meer Menopur heeft gebruikt dan u zou mogen’.
Informeer uw arts wanneer bovenvermelde klachten optreden.

In geval er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld of die u als ernstig ervaart, informeer dan uw arts of apotheker
.

5. HOE BEWAART U MENOPUR?
Houd buiten het bereik en het zicht van kinderen.
Niet bewaren boven 25°C. Bewaren in de originele verpakking.




Puregon

Puregon 50 I.E.Informatie voor de patiënt.Wat u moet weten over Puregon:

Naam van uw geneesmiddel:
De naam van uw geneesmiddel is Puregon 50 1 E

Samenstelling en sterkte - wat uw geneesmiddel bevat:
Puregon 50 I.E bevat follikel stimulerend hormoon (of FSH) in een dosering van 50 internationale eenheden (IE.) per ampul.
De droge stof bevat naast FSH ook sucrose, natriumcitraat en polysorbaat 20.
Het oplosmiddel bevat natriumchloride (4,5 mg) en water voor injecties (1,0 ml).

Farmaceutische vorm - waar uw geneesmiddel uit bestaat:
Puregon 50 I.E. wordt afgeleverd in een glazen ampul als droge stof, die moet worden opgelost met het solvens uit de bijgeleverde, tweede glazen ampul.
Puregon is beschikbaar in verpakkingen met 1 en 5 ampullen.

Therapeutische groep - hoe uw geneesmiddel werkt:
Gonadotrofines (waartoe FSH behoort) zijn belangrijk voor de vruchtbaarheid.
Bij de vrouw is FSH nodig voor de groei en ontwikkeling van follikels.
Dit zijn kleine ronde blaasjes in de eierstokken waarin zich de eicellen bevinden.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en producent:
N.V. Organon, Postbus 20, 5340 BH Oss, Nederland.

Indicaties - waarvoor uw geneesmiddel wordt gebruikt:
Puregon kan worden toegepast om vruchtbaarheidsstoornissen bij de vrouw te behandelen in de volgende gevallen:
Indien geen eisprong plaatsvindt kan Puregon worden toegepast om een eisprong te doen plaatsvinden bij vrouwen die niet reageerden op een behandeling met clomifeencitraat.
In het kader van kunstmatige voortplantingstechnieken (ART), zoals in-vitro-fertililsatie (IVF; ook bekend als reageerbuisbevruchting) en andere methoden, kan Puregon worden toegepast om meerdere follikels tot ontwikkeling te brengen.

Contra-indicaties - wanneer u dit geneesmiddel niet mag gebruiken:
U mag Puregon niet gebruiken als u :
een gezwel heeft in de eierstokken, borsten, baarmoeder, hypofyse (hersenaanhangsel), of hypothalamus.
zwanger bent of borstvoeding geeft
overgevoelig bent voor één van de bestanddelen van Puregon.
hevige of onregelmatige vaginale bloedingen heeft waarvan de oorzaak niet bekend is.
eierstokkysten of vergrote eierstokken heeft, die niet samenhangen met het Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS).

Dit geneesmiddel mag ook niet worden gebruikt als een zwangerschap onmogelijk is, zoals bij een gestoorde functie van de eierstokken, bij de aanwezigheid van fibreuze tumoren in de baarmoeder, of bij bepaalde afwijkingen aan de geslachtsorganen.

Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen tijdens het gebruik:
Let op
Intensieve controle door de arts is uiterst belangrijk.
In het algemeen wordt regelmatig een 'echo' gemaakt en bloed geprikt.
Aan de hand van de uitslagen stelt de arts steeds de juiste dosering vast.
Dit is van groot belang, omdat een te hoge dosering tot een zeldzaam voorkomende maar ernstige, ongewenste overstimulatie van de eierstokken kan leiden.
Dit kan zich uiten in de vorm van buikklachten.
Door regelmatige controle op het effect van behandeling met FSH kan de arts eventueel overstimulatie van de eierstokken voorkomen.
Mocht u last krijgen van buikklachten, dan moet u onmiddellijk uw arts waarschuwen, ook wanneer deze klachten zich enkele dagen na de laatste injectie met Puregon voordoen.

Interacties - wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt:
Wanneer Puregon wordt gebruikt in combinatie met clomifeencitraat kan er een versterkte follikelrespons optreden.
Als er een GnRH-agonist wordt gebruikt kan een hogere dosis Puregon nodig zijn voor het verkrijgen van een respons.

Zwangerschap en lactatie - wanneer u zwanger bent of borstvoeding geeft:
U mag Puregon niet gebruiken als u zwanger bent, als u vermoedt dat u zwanger zou kunnen zijn of als u borstvoeding geeft.
Wanneer een behandeling met Puregon tot een zwangerschap leidt, dan is er een verhoogde kans op een twee- of meerling.
In vrouwen met beschadigde eileiders is het risico op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap iets verhoogd.
Vrouwen die worden behandeld voor onvruchtbaarheid lopen een iets groter risico op het krijgen van een miskraam.

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen machines te gebruiken:
Voor zover bekend heeft Puregon geen invloed op het reactievermogen.

Dosering - de hoeveelheid geneesmiddel die wordt toegediend:
De dosering wordt vastgesteld door de arts.
De behandeling begint meestal met 75 tot 225 I E. FSH per dag.
Deze dosering kan eventueel verhoogd worden naarmate de behandeling vordert.
Hieronder volgen nadere details over het behandelingsschema.

Omdat er grote verschillen zijn tussen vrouwen wat betreft de reactie van de eierstokken op gonadotrofines, is het onmogelijk één doseringsschema aan te bevelen dat geschikt is voor iedere vrouw.
Om de juiste dosering vast te stellen wordt de follikelgroei gemeten door middel van het maken van echo's en het bepalen van de hoeveelheid estradiol (het vrouwelijke geslachtshormoon) in bloed of urine.
De hieronder gegeven doseringsadviezen zijn dezelfden als die, welke meestal worden toegepast voor urinair FSH.

Vrouwen bij wie geen eisprong plaatsvindt:
De behandeling begint meestaf met de dagelijkse toediening van 75 I.E. FSH.
Deze startdosis wordt tenminste 7 dagen gegeven.
Als er geen follikel tot ontwikkeling komt, wordt de dagelijkse dosis geleidelijk verhoogd totdat de follikelgroei en/of de hoeveelheid estradiol aangeven dat er een reactie van de eierstokken is.
Deze dagdosis wordt dan aangehouden tot er een follikel van voldoende grootte is.
Meestal is een behandelperiode van 7 tot 14 dagen hiervoor voldoende.
De toediening van Puregon wordt dan gestaakt en de eisprong wordt opgewekt door toediening van humaan choriongonadotrofine (hCG).

Kunstmatige voortplantingstechnieken, bijvoorbeeld IVF:
Een startdosering van 150 tot 225 I.E. wordt aanbevolen voor tenminste de eerste vier dagen.
Daarna kan de dosis voor elke patiënt afzonderlijk worden aangepast al naar gelang de reactie van de eierstokken.
In klinische studies is aangetoond dat onderhoudsdoseringen variërend van 75 tot 375 I.E. gegeven voor 6 tot 12 dagen in het algemeen voldoende zijn, alhoewel een langere behandeling nodig kan zijn.
Zodra er voldoende follikels van voldoende grootte zijn, kan de laatste fase in de follikelrijping worden opgewekt.
Dit gebeurt door toediening van hCG.
De eicellen worden 34-35 uur later geoogst.

Wijze van toediening en toedieningsroute - hoe worden de injecties gegeven:
Puregon werkt alleen als het wordt ingespoten in een spier of onderhuids.
De allereerste injectie Met Puregon dient te worden toegediend in aanwezigheid van een arts.
De droge stof moet worden opgelost met het solvens uit de ampul en deze oplossing dienst vervolgens direct te worden toegediend.
De Puregon-oplossing wordt langzaam toegediend in spierweefsel (bijvoorbeeld in bil, bovenbeen of bovenarm), of onderhuids (bijvoorbeeld in de buikwand).
Injecties in een spier mogen alleen worden gegeven door een arts of verpleegkundige.
Onderhuidse injecties mogen in sommige gevallen door uzelf of uw partner worden gegeven.
Uw arts zal uitleggen wanneer en hoe u dat moet doen.
Als u Puregon aan uzelf toedient, volg dan de hieronder gegeven instructies precies op.
Puregon wordt dan op de juiste wijze toegediend, waarbij u de minste last heeft van de injectie.

Stap 1 De bereiding van Puregon
De droge stof (in de vorm van een bolletje) in de glazen ampul moet worden opgelost in het solvens uit de andere glazen ampul.
Breek daartoe allereerst de bovenkant van de ampul met het solvens af (a,b).
Zuig het solvens met behulp van de naald op in de spuit.
Breek dan de bovenkant van de ampul met de droge stof af (met de zwarte stip in de positie zoals is aangegeven in de plaatjes a en b) en spuit het solvens in de ampul met de droge stof (d).
NIET SCHUDDEN, maar voorzichtig zwenken totdat de oplossing helder is.
Puregon lost in het algemeen onmiddellijk op.
De bereide oplossing mag niet worden gebruikt als deze deeltjes bevat of troebel is.
Zuig de Puregon-oplossing op in de lege spuit (e) en vervang nu de opzuignaald door een steriele injectienaald (f).
Houd de spuit verticaal met de naald naar boven gericht en tik zachtjes tegen de zijkant om eventuele luchtbelletjes te laten opstijgen.
Druk vervolgens de zuiger voorzichtig in totdat alle lucht uit de spuit is en er alleen nog Puregon-oplossing in de spuit aanwezig is.

Stap 2 De injectieplaats
Toediening in de spier:
De meest geschikte injectieplaats voor toediening in de spier is de bilspier (h/IM).
Het gebied dat wordt aangegeven in het plaatje (de bovenste, buitenste kwadrant) bevat veel spierweefsel met weinig bloedvaten of grote zenuwen.
Door de huid te spannen gaat de naald gemakkelijker naar binnen en wordt het onderliggende weefsel opzij geduwd.
Hierdoor verspreidt de vloeistof zich op de juiste manier.

Onderhuidse toediening:
De meest geschikte injectieplaats voor onderhuidse toediening is de onderbuik rond de navel, daar waar veel huidplooien en vetlagen aanwezig zijn (h/SC).
Andere injectieplaatsen zijn ook mogelijk.
Neem een dikke huidplooi tussen duim en wijsvinger.
Kies voor iedere injectie steeds een iets andere plaats.
Uw dokter of verpleegster zal u uitleggen waar u kunt injecteren.

Stap 3 - De voorbereiding van het injectiegebied
Tik een paar keer op de injectieplaats om kleine zenuwuiteinden te stimuleren.
Dit vermindert de pijn wanneer de naald in de spier of onderhuids wordt geprikt.
Was uw handen en maak de injectieplaats schoon met een gaasje met een desinfecterend middel (bijvoorbeeld chloorhexidine 0,5%) om bacteriën van het huidoppervlak te verwijderen.
Maak een gebied van ongeveer 5 centimeter rond de injectieplaats schoon en laat het desinfecterend middel minimaal 1 minuut drogen voordat u verder gaat.

Stap 4 - Het inbrengen van de naald In de spier:
Prik de naald in de spier onder een hoek van 90 graden ten opzichte van het huidoppervlak (i/IM) en duw de naald door tot aan de verdikking.
Het inbrengen van de naald door middel van een vloeiende beweging geeft de minste last.
Onderhuids: Steek de naald in aan de basis van de opgenomen huidplooi onder een hoek van 45 graden ten opzichte van het huidoppervlak (i/SC).

Stap 5 - Controle van de juiste positie van de naald
Trek de zuiger van de spuit voorzichtig iets op om te controleren of de naald op de juiste plaats zit.
Als er bloed wordt opgezogen in de spuit betekent dit dat er een adertje is aangeprikt.
Trek in dat geval de naald uit de huid en druk de injectieplaats af met een gaasje met een desinfecterend middel; de bloeding houdt na ongeveer 2 minuten op.
Gebruik de met bloed verontreinigde oplossing niet, spuit deze door de gootsteen.
Begin opnieuw met stap 1 en gebruik een nieuwe naald en nieuwe ampullen Puregon en natriumchloride-oplossing.

Stap 6 - Het injecteren van de oplossing
Druk de zuiger langzaam en gelijkmatig in.
Hierdoor wordt de oplossing op de juiste manier ingespoten zonder dat het spier- of onderhuidsweefsel wordt beschadigd.

Stap 7 - Het verwijderen van de spuit
Trek de naald met een snelle beweging uit de huid en druk de injectieplaats af met een gaasje met een desinfecterend middel.
Een lichte massage van de huid - onderwijl nog steeds druk uitoefenend - maakt de verspreiding van de Puregon-oplossing gemakkelijker en vermindert de pijn.
Gooi eventueel overgebleven oplossing weg.
Meng Puregon niet met andere geneesmiddelen .

 

Stappenplan



Overdosering:
Een te hoge dosis kan leiden tot overstimulatie van de eierstokken.

Ongewenste effecten - mogelijke bijwerkingen:
Een ernstige complicatie bij-de behandeling met FSH is ongewenste overstimulatie van de eierstokken.
Dit komt zelden voor.
Het risico kan worden verminderd door zorgvuldige controle van de follikelontwikkeling tijdens de behandeling.
De eerste tekenen van overstimulatie van de eierstokken kunnen zijn: pijn in de onderbuik, misselijkheid of diarree.
In ernstige gevallen kan dit gepaard gaan -met een vergroting van de eierstokken, ophoping van vocht in de buikholte en/of in de borstholte, gewichtstoename en het ontstaan van stolsels in de bloedsomloop.
Mocht u last krijgen van één of meer van deze verschijnselen, dan moet u onmiddellijk uw arts waarschuwen, ook wanneer deze klachten zich enkele dagen na de laatste injectie met Puregon voordoen.
Minder ernstige bijwerkingen zijn kneuzing, pijn, roodheid, zwelling of jeuk op de plaats van injectie.

Houdbaarheid en voorzorgsmaatregelen bij opslag:
aanwijzingen voor het bewaren:
Bewaar Puregon in de originele verpakking, op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen.
Bewaar Puregon in het donker bij een temperatuur beneden de 30°C. Niet invriezen.
De datum tot wanneer het produkt gebruikt mag worden staat afgedrukt op de verpakking en op het etiket achter: 'Niet te gebruiken na:' of :'Vervaldatum'.
Gebruik Puregon niet na deze datum.
Gooi eventueel overgebleven oplossing weg.

Algemene adviezen:
Dit geneesmiddel is voorgeschreven voor uw huidige medische probleem.
Gebruik het derhalve niet voor andere medische problemen.
Geef dit middel nooit aan iemand anders en gebruik geen medicijnen bedoeld voor anderen.
Vertel elke arts, bij wie u onder behandeling komt, welke geneesmiddelen u gebruikt.
Zorg er bovendien voor dat u altijd informatie hierover bij u heeft.
Dit kan, bijvoorbeeld bij ongevallen, van groot belang zijn.
Lever geneesmiddelen die u niet meer gebruikt in bij de apotheker.
Laat deze informatie ook door uw partner of verzorger lezen.




Gonal-F

Naam van het farmaceutisch spécialité:
Gonal-F 75

Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling:
Werkzaam bestanddeel: 75 internationale eenheden (IE) follitropine alfa
Hulpstoffen: saccharose, natriumdiwaterstoffosfaat, dinatriumwaterstoffosfaat, fosforzuur, natriumhydroxide.

Farmaceutische vorm :
Gonal-F bevat een gevriesdroogde poeder voor injectie dat eerst dient te worden opgelost met behulp van het bijgeleverde oplosmiddel (steriel water voor injectie).

Gebruik:
Het hormoon FSH wordt van nature door het menselijk lichaam aangemaakt in het voorste deel van de hypofyse, een kliertje aan de onderzijde van de hersenen.
Gonal-F wordt gebruikt om onvruchtbaarheid bij vrouwen te behandelen.

Bedrijf verantwoordelijk voor het in de handel brengen van Gonal-F en fabrikante:
registratiehouder: Ares-Serono (Europe) Ltd., 24 Gilbert Street Londen W1Y 1RJ, Engeland
Fabrikanten: Serono Pharma S.P.A., Bari, Italië.

Therapeutische indicaties:
De medicatie dient alleen onder strikte controle van een arts te worden gebruikt.
Gonal-F kan worden gebruikt om een eisprong teweeg te brengen bij vrouwen, bij wie de eisprong niet spontaan optreedt, noch na behandeling met clomifeencitraat.
Gonal-F wordt gebruikt om meervoudige groei van follikels (en daarmede de eitjes) te bevorderen bij vrouwen bij wie conceptie hulptechnieken worden toegepast, zoals in vitro fertilisatie (IVF), gameta intra-fallopian transfer (GIFT) of zygote intra-fallopian transfer (ZIFT).

Contra-indicaties:
Gevallen waarin Gonal-F niet moet worden gebruikt:
reeds bestaande zwangerschap
vergroting van de eierstokken of cysten die niet het gevolg is van een zgn Polycysteus ovarium syndroom (PCOS)
vaginale bloedingen met onbekende oorzaak
borst- of baarmoederkanker, kanker aan de eierstokken
tumoren van de hypothalamus of hypofyse
gebleken of bekende overgevoeligheid voor FSH bevattende preparaten
Gonal-F dient verder niet gebruikt te worden in gevallen waarin een normale zwangerschap niet mogelijk is, zoals een vroegtijdige menopauze, misvorming van de geslachtsorganen of bepaalde vleesbomen in de baarmoeder
.

Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik:
Voordat de behandeling wordt gestart, zal de vruchtbaarheid van u en uw partner worden beoordeeld.

Patiënten die dit type behandeling ondergaan, hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een ovarieel hyperstimulatie syndroom (OHSS).
De verschijnselen van deze overmatige stimulering staan beschreven onder bijwerkingen.

Echter, in het geval van patiënten die niet ovuleren (geen eisprong) is het optreden van OHSS ongebruikelijk indien de aanbevolen dosis en het toedieningsschema in acht worden genomen.
Behandeling met Gonal-F voor de beide indicaties geeft slechts zelden aanleiding tot ernstige OHSS, tenzij het medicijn wordt toegediend dat de eitjes tot volle rijping brengt (Humaan Chorion Gonadotrofine -HCG).
Indien een OHSS zich ontwikkelt, dan is het verstandig om HCG-toediening achterwege te laten en gedurende ten minste 4 dagen geen geslachtsgemeenschap te hebben.

Het risico van meerlingzwangerschap na conceptie hulptechnieken is gerelateerd aan het aantal teruggeplaatste eitjes/embryo’s.
Bij Patiënten die ovulatie-inductie ondergaan komen meerlingzwangerschappen en -geboorten vaker voor dan bij vrouwen bij wie de zwangerschap op natuurlijke wijze tot stand is gebracht.
Dit risico kan tot een minimum beperkt worden door gebruik te maken van de aanbevolen dosis en toedieningsschema.

Het percentage zwangerschapsafbrekingen door miskraam of spontane abortus is hoger dan normaal, maar vergelijkbaar met dat bij vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen.

Tot nu toe zijn allergische reacties op Gonal-F niet gemeld.
Echter, indien u dergelijke reacties heeft gehad op soortgelijke medicijnen, informeer dan uw arts.